De schaatstocht

Het is even zoeken naar een geschikte opstapplek. Er zijn zo weinig mensen op de schaats, dat we vrezen voor beroerd ijs. Hier en daar krabbelen kinderen op schoongeboende sloten. Maar dat is natuurlijk niet wat we zoeken: als échte kerels willen buurman Gerrit en ik natuurlijk een échte tocht maken. Vlakbij Durgerdam betreden we op hoop van zegen het ijs.
Richting Holysloot is het ijs soms bar slecht door de sneeuw. Doordat je bobbels en scheuren in het ijs niet ziet, stijgt het valrisico tot grote hoogten.
Via brede sloten en een paar meertjes schaatsen we richting Zuiderwoude. Op sommige stukken hebben ze geveegd met een minitractortje met een schuif ervoor. Puik werk: je ziet tenminste waar je schaatst.
Vanaf Zuiderwoude kunnen we via lange, lege vaarten en een paar grote meren weer richting Holysloot komen. Daar gaan we terug zoals we gekomen zijn. Tevreden maar met lamme poten van het werkijs.
De mensen

Een van de leuke dingen van schaatsen op natuurijs: de mensen zijn zoveel aardiger dan in het dagelijks leven. Iedereen is vrolijk en mensen groeten elkaar. En als iemand valt dan vragen mensen bezorgd of het wel gaat. Er wordt veel gelachen, crisis en andere ellende lijken opeens erg ver weg.
Ook leuk: je ogen goed de kost geven.
Kinderen die met ingespannen gezichtjes hun eerste schreden op het onverwacht gladde ijs zetten.
Verliefde stelletjes die hand in hand baantjes trekken.
Volwassen kerels, die op hun knieën met de kont omhoog onder lage bruggetjes door schuifelen.
Eenden, verzameld rond een wak, die al die drukte maar zo zo vinden en luid kwakend kond doen van hun ongenoegen.
En wat doet die eenzame zwaan daar op het ijs? Gaat het wel goed met hem? Niet vastgevroren, toch?
Koek-en-zopie

Waarschijnlijk omdat niemand meer op ijspret had gerekend, zijn er minder koek-en-zopies dan in voorgaande schaatsjaren. Of is de oer-Hollandse handelsgeest (ook wel VOC-mentaliteit) tanende?
Bij Holysloot staat er eentje. Grote ketel met warme chocomelk, een handvol Marsen en Nutsen lukraak in een mandje gesmeten, verkleumde Holysloter erachter. Zowel op de heen- als op de terugweg vormen we met een paar dozijn medeschaatsers de klandizie. Het zal geen top-choco zijn, maar toch smaakt hij ons enorm goed. “Door al die schaatskilometers in de benen natuurlijk”, knipoogt buurman Gerrit olijk.
Mooiste stuk

Was het in Zuiderwoude – bekende opstapplaats – nog vrij druk, daar voorbij, richting het IJsselmeer, komen we haast geen kip meer tegen. En uitgerekend hier is het ijs van superieure kwaliteit: gitzwart, schoongewaaid en reteglad, beter dan op de ijsbaan. Dubbele bof: we hebben nu windje mee. Soms is het leven een feest.
Op dubbele snelheid gaat het dus. Sven Kramer zouden we er met gemak afrijden. Ver weg aan de horizon zien we Amsterdam blozen in de roze gloed van de laagstaande zon. We glijden over kronkelende beekjes met houten huisjes erlangs. Je zal daar maar wonen, zeggen buurman en ik jaloers tegen elkaar. We zien bewoners die vanaf hun terras zo het ijs opstappen voor een namiddags rondje. Bofkontjes!